Oeteldonksche Club van 1882

header omhelzing

Oeteldonk heeft een rijke historie die in 1882 begon. Maar carnaval wordt in ‘s-Hertogenbosch al veel langer gevierd. Het feest dat wij nu kennen als carnaval bestaat al sinds de Middeleeuwen, alhoewel deze naam pas sinds de zeventiende eeuw voor het feest wordt gebruikt. De voornaamste verklaring voor het ontstaan van het feest is dat mensen blij waren dat de dagen, na de vaak barre winters, weer langer werden. Een donkere periode werd afgesloten en een periode van voorspoed brak aan. In de lente gaat immers alles weer groeien en bloeien en zal er dus weer voedsel in overvloed zijn: reden genoeg om de bloemetjes eens flink buiten te zetten.

VastenavoGeschiedenis plaatje-01nd

Het woord Vastenavond of Vastelavond, zoals carnaval vaak ook wel wordt aangeduid, komt volgens sommige deskundigen van het Germaanse woord Faselen, dat met vruchtbaarheid te maken heeft. Eigenlijk was carnaval van oudsher dus een feest waarin de mensen vooral het lengen van de dagen en de vruchtbaarheid van gewas, mens en dier vierden. Pas later is carnaval onder invloed van de Rooms-Katholieke Kerk direct gekoppeld aan de kerkelijke kalender en de vastenperiode. De overeenkomst tussen de woorden faselen en vasten kwam de Kerk dan ook helemaal niet slecht uit.

Tijdens het feest, zo vlak voor de Vastentijd, konden de mensen zich nog eens goed uitleven voor de sobere veertig dagen van het vasten begonnen. Er zijn, onder meer in het Mirakelboek van de Sint Jan, bewijzen gevonden dat al in 1444 gesproken werd over 'vastelavond'. Kortom: het feest wordt in ’s-Hertogenbosch al meer dan 550 jaar gevierd.

Middeleeuwen

Carnaval werd in de Middeleeuwen overigens wel op een geheel andere wijze gevierd dan nu het geval is. Zo is van een van de belangrijkste elementen van het carnaval zoals we dat vandaag kennen, de optochten, niet bekend of deze ook tijdens de Middeleeuwen voorkwamen. Wel vonden openbare toneelvoorstellingen, spelen en hanengevechten plaats. Van verkleedpartijen, die ook nu nog volop plaatsvinden, was ook in de Middeleeuwen al sprake. De mensen verkleedden zich als geestelijken en andere gezagsdragers, die zo dus openlijk werden bespot. Dit is onder meer te zien op de hieronder afgebeelde schilderijen van Pieter Breughel en een navolger van Jeroen Bosch. In onder meer 1512 en 1565 werden verboden tegen dit soort verkleedpartijen uitgevaardigd. Dat betekende echter niet dat het carnaval uit ’s-Hertogenbosch kon worden verbannen.

Geschiedenis plaatje-01b

De 'Staatse' periode

Na de verovering door Frederik Hendrik in 1629, kwam de vastenavondviering op een laag pitje te staan. De stad werd officieel protestants en de feestelijkheden werden door de nieuwe machthebbers verboden. Omdat de bevolking grotendeels katholiek bleef, verdwenen de feesten toch niet helemaal. Dat blijkt wel uit het feit dat ieder jaar weer nieuwe verboden moesten worden uitgevaardigd. Wederom een voorbeeld dat carnaval onlosmakelijk verbonden is met het leven in de stad ’s-Hertogenbosch en haar inwoners.

De Franse tijd en daarna

In de Franse tijd (einde van de achttiende eeuw) werd de manier waarop carnaval werd gevierd uitbundiger en omvangrijker. De Fransen brachten godsdienstvrijheid en gelijkheid, dus ook het katholieke vastenavondfeest mocht weer aan de oppervlakte komen. Dat neemt niet weg dat uitwassen hardhandig de kop werden ingedrukt als dat nodig was en er strenge verboden golden. Toch was sprake van een bloei ten opzichte van de Staatse periode. Optredens in de open lucht werden toegestaan, zodat ook toen al van straatcarnaval sprake was. Er verschenen carnavalskrantjes, waarin de draak werd gestoken met de bovenklasse van de samenleving en op parodiërende wijze over dagelijkse gebeurtenissen werd verteld. Er werden bals georganiseerd in sociëteiten en bij verenigingen, vaak bedoeld voor de gegoede burgerij. Dat was echter niet voor iedereen weggelegd. De gewone burger vierde het feest dan ook gewoon thuis, in het café of op straat.

Geschiedenis plaatje-01cHet carnavalsfeest zoals de normale burger dat vierde, liep vaak uit de hand. Er was bijvoorbeeld sprake van buitensporige openbare dronkenschap en vechtpartijen. Tegen deze misstanden kwam in 's-Hertogenbosch eind negentiende eeuw veel verzet vanuit de burgerij. Een herhaaldelijk verzoek aan de gemeente om het feest te verbieden strandde, omdat ondernemers en de bevolking het feest toen al zo massaal omarmd hadden, dat de gemeente er niet meer omheen kon.

Toen in 1881 ook de geestelijkheid, bij monde van bisschop Mgr. A. Godschalk, zich er zich mee bemoeide, was dat aanleiding voor enkele Bosschenaren uit de gegoede middenstand om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest. In plaats van wat de bisschop had beoogd (namelijk het verdwijnen van het feest), zorgde de inmenging van de bisschop er juist voor dat carnaval een enorme impuls kreeg: het was gewoon olie op het vuur! Uiteindelijk was het verbod van de bisschop een van de belangrijkste redenen voor de stichting van het durp Oeteldonk.

Lees ook:

Oeteldonksche Club van 1882 maakt gebruik van cookies

Oeteldonksche Club van 1882 gebruikt cookies op hun websites om het gebruik van de websites te analyseren en gebruiksgemak te verbeteren. Meer informatie over de cookies kun je vinden in ons cookiestatement. Je geeft door gebruik te blijven maken van de website of door hiernaast op de button ‘akkoord’ te klikken toestemming voor het gebruik van cookies en het verwerken van op deze wijze verkregen persoonsgegevens, zoals in ons privacystatement wordt vermeld.

Meer weten over deze cookies? Lees dan voor meer informatie verder op oeteldonk.org/cookies.