Het Kwèkfestijn voor, door en met Oeteldonkers

Hij kent het Kwèkfestijn als geen ander. Of het nu gaat om deelname of om de organisatie. Bert Schoot, een Oeteldonker die sinds 1997 als vrijwilliger zijn handen uit de mouwen steekt bij de Oeteldonksche Club. Na een aantal jaren voorzitter van de commissie Kwèkfestijn te zijn geweest, is Bert sinds 2020 juryvoorzitter.

'Zes jaar geleden kwam de vraag of ik voorzitter van het Kwèkfestijn wilde worden. Een jaar te vroeg', legt Bert uit. 'Ik was net klaar met het schrijven van het nummer voor de Mafkikkers. Omdat ik dat jaar nog deelnemer was, heb ik de boot afgehouden. Na ons optreden kwam ik van het podium af. Sabine Schouten feliciteerde me met onze finaleplek. En toen zei ze: ‘draai je eens om’. Ik draaide me om en ze zei: ‘dit hoort bij jou, dit is van jou. Dit is jouw spel, dit is waar jij voor leeft’. Na die finale dacht ik: ik ga het doen. Ik solliciteerde en uiteindelijk werd ik voorzitter.'

'We willen een winnaar, maar we kunnen niet zonder degene die als laatste eindigt. Die is net zo belangrijk'

Van voorzitter commissie naar juryvoorzitter

Er zijn twee verschillende voorzitters bij het Kwèkfestijn: een voor de commissie en een voor de jury. De eerste heeft als taak het Kwèkfestijn te organiseren samen met de commissie. De juryvoorzitter is de spreekbuis voor de elfkoppige jury. Die stemt niet mee houdt goed in de gaten of alles volgens het boekje gaat. Bert: 'Eigenlijk zou ik willen dat er geen regels zijn. Maar bij een evenement zoals het Kwèkfestijn zijn de regels erg belangrijk.'

'Ik volg Peter van Kasteren op. Hij was voor mij een adviseur, iemand met wie ik goed kon overleggen. Een man met ontzettend veel ervaring en iemand die de emotie heel goed kent. Het Kwèkfestijn is een serieus evenement en wij als jury gedragen ons ook zo', legt Bert uit. 'Er wordt met iedere deelnemer rekening gehouden, want iedereen is even belangrijk. We willen een winnaar hebben, maar we kunnen niet zonder degene die als laatste eindigt. Die is net zo belangrijk als de winnaar. Dat maakt het Kwèkfestijn.'

'Er zijn altijd clubs die gaan voor de finale. Er zijn ook clubs die dat streven minder hebben. Die worden het ene jaar 53ste en het jaar daarop 45ste, dat is ook emotie. Maar er zijn ook mensen die het ene jaar 63ste zijn en het jaar daarop 19e. Die staan net zo hard te brullen als degene die in de finale staan.'

'Over 11 jaar hebben we nog steeds 11 finalisten en die prachtige Joep Peeters bokaal'

Over 11 jaar

En hoe ziet Bert het Kwèkfestijn over 11 jaar? 'Ik zie het Kwèkfestijn de komende jaren als een van de grootste evenementen van Oeteldonk. Ik hoop dat er 65 of meer deelnemers zijn. Kwèk wordt een feest waar vijf of zes duizend mensen op af gaan komen. Altijd voor, door en met Oeteldonkers. En over 11 jaar hebben we nog altijd 11 finalisten en blijven we met z’n allen streven naar die prachtige Joep Peters bokaal.'